Ga naar inhoud

De geschiedenis van de rozenkrans

Het weesgegroet

We zouden kunnen zeggen dat het weesgegroet begonnen is door de engel Gabriël, toen hij tot Maria zei: ‘Wees gegroet, begenadigde, de Heer is met u!’ Met deze woorden begroetten de gelovigen in de eerste eeuwen Maria in hun gebed tot haar. Ze voegden daar de naam van Maria aan toe, zodat het klonk: Wees gegroet, Maria, begenadigde, de Heer is met u! In de 11e eeuw vulde men dit aan met de woorden waarmee Elisabeth Maria begroette, toen Maria haar opzocht: ‘Gij zijt gezegend onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot.’ Dus nu klonk het gebed: Wees gegroet, Maria, vol van genade, de Heer is met u! Gij zijt gezegend onder de vrouwen en gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot.

Tot hiertoe is het weesgegroet dus een echt bijbels gebed. De woorden komen letterlijk uit het eerste hoofdstuk van het Evangelie van Lucas.

De heilige Petrus Canisius, afkomstig uit Nederland, voegde daar in zijn beroemde catechismus van 1555 een gebed om voorspraak aan toe: Heilige Maria, moeder van God, bid voor ons, zondaars. En elf jaar later vulde het Concilie van Trente dit aan met ‘nu en in het uur van onze dood.’ En zo was het weesgegroet zoals we dat nu kennen, officieel goedgekeurd door de Kerk:

Wees gegroet, Maria, vol van genade, de Heer is met U.
Gij zijt de gezegende onder de vrouwen
en gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot.
Heilige Maria, moeder van God,
bid voor ons, zondaars, nu en in het uur van onze dood. Amen.

Het gebruik van een gebedssnoer

Net als in andere godsdiensten is ook in het christendom het gebruik van een gebedssnoer een oude gewoonte. Al in de 3e eeuw gebruikten de woestijnvaders (kluizenaars en monniken) steentjes en later gebedssnoeren als hulpmiddel wanneer ze de 150 psalmen baden. Daaruit ontwikkelde zich het Jezusgebed (bekend in de oosterse kerken) en het paternoster: het 150 keer bidden van het Onze Vader.
In het Engels worden de kralen van de rozenkrans ‘beads’ genoemd. Dat woord is afkomstig van het ook ons bekende woord ‘bede’, dus gebed.

Paus Gregorius

Rond het jaar 600 moedigde paus Gregorius de Grote de gelovigen aan om op de vierde zondag van de advent een vroege versie van het weesgegroet te bidden. Velen baden het gebed steeds weer achter elkaar, en ze gebruikten een gebedssnoer om bij te houden hoe vaak ze het gebeden hadden. Dit was een heel vroege versie van de rozenkrans.

De heilige Dominicus

St Dominic Volgens een bekende traditie had de heilige Dominicus (1170-1221) een grote rol in de ontwikkeling van de rozenkrans. In die tijd leefden er onder de gelovigen veel verkeerde opvattingen over het geloof, eigenlijk net zoals nu. Dominicus probeerde de gelovigen te helpen om hun geloof te leren kennen.
In 1214 zag Dominicus in een visioen Maria. Zij toonde hem de rozenkrans en vertelde erbij welke gebeden ermee gebeden moesten worden. Vervolgens verspreidde Dominicus het rozenkransgebed. Hij stichtte groepjes mensen die samen de rozenkrans baden. De rozenkrans is dus zeker ook een gemeenschapsgebed.
Omdat de priesters en monniken in het getijdengebed (het brevier) de 150 psalmen bidden, werd het gebruikelijk om in de rozenkrans 15 tientjes te bidden. En net zoals iedere psalm in het getijdengebed werd afgesloten met 'Gloria Patri en Filio en Spiritui Sancto...', besloot men ieder tientje met 'Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest...'. Het rozenkransgebed was dus een manier voor gewone mensen om zich aan te sluiten bij het officiële gebed van de Kerk en zo de band met de Kerk te versterken.

De geheimen van de rozenkrans

In het begin van de 15e eeuw gaf Dominicus van Pruisen, een Duitse kartuizermonnik, aan ieder tientje een geheim mee. Hij maakte drie series van vijf: de blijde geheimen, de droeve geheimen en de glorievolle geheimen. Bij ieder tientje van de rozenkrans overweegt de gelovige een van deze geheimen. De geheimen zijn beschouwingen toe over het leven van Christus en van Onze-Lieve-Vrouw. Het overwegen ervan verdiept ons geloof.

Latere ontwikkelingen

Het gebed kreeg in 1597 de naam ‘rozenkrans’. Tot 1917 bleven vorm en inhoud van de rozenkrans hetzelfde. Maar bij de verschijningen van Maria in Fatima vroeg ze aan de kinderen om ieder tientje van de rozenkrans te beëindigen met het gebed:
O mijn Jezus, vergeef ons onze zonden, behoed ons voor het vuur van de hel; breng alle zielen naar de hemel, vooral diegenen die Uw barmhartigheid het meeste nodig hebben.

Op 16 oktober 2002 voegde de heilige paus Johannes Paulus II een vierde serie geheimen toe aan de rozenkrans, de geheimen van het licht, die cruciale momenten uit het leven van Jezus in Israël bevatten.

Tot slot

De rozenkrans is een gebed dat begon met de woorden van de engel Gabriël en dat voortdurend verrijkt is met gebruiken en inzichten van de gehele Kerk. Het is waarlijk het gebed van Gods volk, dat verenigd is rondom Maria, de moeder van de Heer. Daarom is het mooi om dit gebed samen met anderen te bidden. De Kerk moedigt ook in onze tijd de gelovigen aan om de rozenkrans gezamenlijk te bidden. Het gemeenschappelijk gebed benadrukt immers dat wij geroepen zijn om voor elkaar te bidden. Samen bidden is een zichtbaar teken van onderlinge liefde.