Dreiging
Het hoogaltaar geldt vanouds als de heiligste plaats in onze kerken. Daar werd vroeger de Mis gevierd en tot op de dag van vandaag wordt hier de Hostie bewaard, het lichaam van Christus. In Vianen is er iets merkwaardigs aan de hand en wel in de afbeelding op het tapijt.
Dit verbeeldt een wezen met vleermuisvleugels, klauwen en opengesperde bek, een draak. In het boek van de Openbaring staat: “de grote draak … de oude slang, die duivel en satan heet, die de hele wereld verleidt” (Apoc. 12,9).
Hoe wonderlijk is het dat bij het tabernakel waar de Communie bewaard wordt, het kwaad staat afgebeeld. Je zou toch zeggen dat de duivel daar niets te zoeken heeft! Maar dit is geen vergissing. Helaas is het kwaad te vinden op zoveel plaatsen, waar het niet zou moeten zijn.

Het is te vinden in onze wereld, die door God zo goed was geschapen. Maar waar naar wapens wordt gegrepen in plaats van dat naar vrede wordt gezocht. Waar mensen worden gedemoniseerd in plaats van in elkaar broeders en zusters te herkennen.
Het kwaad is te vinden in ons eigen land waar het vaak moeilijk blijkt om recht te doen aan wie onrecht is aangedaan. Zoals bij de gezinnen die het slachtoffer werden van de toeslagenaffaire.
Het kwaad duikt op in onze families, als mensen elkaar het licht niet in de ogen gunnen. Het dringt zelfs binnen in de Kerk als mijn belangen en verlangen de voorrang krijgen boven wat goed is voor de naaste, en God uit het zicht verdwijnt.
Waarom staat dat negatieve afgebeeld op het hoogaltaar? Omdat het de realiteit is van de wereld waarin wij leven. Maar bovenal omdat het daar niet bij eindigt! Op de treden van het altaar staat de reden te lezen uit Lucas 10,19: “Ik heb u macht gegeven om op slangen en schorpioenen te treden, te heersen over heel de kracht van de vijand; en niets zal u kunnen schaden.”
Dit zegt Christus tegen zijn leerlingen, als zij in zijn naam duivels kunnen uitdrijven. Die blijken machteloos te zijn tegenover de Heer. Dus hoe bedreigend de gebeurtenissen om ons heen ook zijn, hoe angstwekkend het kwaad ook is, ten diepste kan het ons niet schaden. We kunnen verloren gaan naar het lichaam, maar onze ziel is in Gods hand. Daarom is het bijzonder en passend dat waar God onder de mensen komt – in de gave van het altaar – wij beseffen dat Hij met ons wil zijn.
De Heer laat op deze woorden volgen (Lucas 10:20): “Toch moet ge u niet verheugen over het feit dat de duivels aan u onderworpen zijn, maar verheugt u omdat uw namen staan opgetekend in de hemel.”
De macht gegeven aan de Kerk is niet om groot op te gaan, maar om ons te helpen standhouden te midden van dreiging. Dat God zo met ons begaan is, dat is onze vreugde. Dat onze namen staan opgetekend in de hemel en wij dus bij God horen.
Hoe groot de bedreiging ook is, laten wij ons vooral niet bepalen door het negatieve, door het kwaad, dat is overwonnen op het kruis en ten enen male machteloos.
Houd stand in het geloof, vertrouw op God en doe het goede.
Pastoor Meijer