Ga naar inhoud

Het Gorinchemse wonder van St. Barbara

Wie is de heilige Barbara?

Barbara leefde, volgens de overlevering, in de derde eeuw in Nicomedië, in het huidige Turkije. Haar vader was een welgestelde, heidense man die zijn dochter vanwege haar schoonheid liet opsluiten in een toren, ver van de buitenwereld. Tijdens zijn afwezigheid kwam Barbara in aanraking met het christelijk geloof en liet zij, als teken van haar geloof in de Heilige Drie-eenheid, een derde venster in de toren uithakken, naast de twee die haar vader had laten maken.

Toen haar vader ontdekte dat zijn dochter christen was geworden, ontstak hij in woede. Hij bracht haar voor de rechter, die haar liet folteren, en uiteindelijk onthoofdde hij haar eigenhandig. Direct daarna zou hij door de bliksem zijn getroffen en om het leven zijn gekomen.

Juist door de manier waarop haar vader aan zijn einde kwam, groeide Barbara uit tot de heilige die wordt aangeroepen tegen onweer, bliksem en vuur, en tegen een plotselinge, onvoorziene dood. Ze werd gerekend tot de Veertien Noodhelpers en gold als de heilige bij uitstek om aan te roepen wanneer een mens zich in doodsgevaar bevond, zeker wanneer dat gevaar met vuur te maken had.

Toen er in 1448 in Gorinchem bij een man een uitslaande brand uitbrak en hij in doodsgevaar verkeerde en vreesde te sterven zonder de laatste sacramenten, kon hij zich geen passender heilige voor de geest halen dan Barbara: patrones tegen vuur én tegen een onvoorziene dood ineen.

Het wonder in Gorinchem, 1448

Het gebeurde op 27 augustus, in de nacht voorafgaand aan het feest van St. Augustinus. Hendrick Cock, een zeventigjarige vleeshouwer uit Gorinchem die bekendstond om zijn grote verering voor Barbara, kwam vermoeid thuis van het werk en ging al snel naar bed. Rond elf uur brak er brand uit in zijn huis, vermoedelijk door onvoorzichtigheid met een kaars in de met stro gevulde ruimte. Het vuur greep snel om zich heen.

Hendrick werd wakker door de hitte en probeerde samen met zijn zoon Andries te ontkomen. Andries redde het, zij het geschrokken. Hendrick kwam eerst ook naar buiten, maar bedacht zich dat zijn geld nog binnen lag. Zonder aarzelen sloeg hij een kruisteken en ging terug het brandende huis in. Op dat moment stortte de woning in, en Hendrick raakte omsingeld door vlammen en rook.

In doodsnood riep hij Barbara aan en smeekte haar, in een gebed vol overgave, hem niet te laten sterven zonder biecht en de laatste sacramenten. Nog voordat hij was uitgesproken, verscheen de heilige Barbara aan hem, in de gedaante waarin men haar gewoonlijk ook in de kerk afbeeldde. Zij sloeg met haar mantel de vlammen van hem weg, nam de oude man bij de hand en leidde hem het huis uit, de straat op.

Hendrick liep, ondanks vreselijke brandwonden over vrijwel zijn hele lichaam, op eigen kracht door twee lange stegen naar de Molenstraat, naar het huis van zijn dochter. Daar werd hij te bed gelegd. Hij zei dat hij geen pijn voelde, ook al was zijn lichaam zowel van binnen als van buiten verbrand — alleen zijn ogen, tong en hart waren gespaard gebleven. De priester Dirk Frankenszoon Pauw, die het verhaal later zou optekenen, nam hem de biecht af en diende hem de laatste sacramenten toe.

Voordat hij stierf, riep Hendrick behalve Barbara ook Sint-Laurentius aan om voor hem te bidden, en hij deed een uitgebreide biecht over heel zijn leven, met groot berouw. Ten slotte gaf hij, na de heilige Maagd Maria, Barbara en alle heiligen te hebben aangeroepen, de geest met de woorden dat hij zijn ziel in Gods handen legde.

Om Gods barmhartigheid aan iedereen te tonen, werd het verbrande lichaam van Hendrick nog voor zijn begrafenis publiek tentoongesteld, zodat de mensen van de stad het konden zien. Omdat hij als een goed en vriendelijk mens bekendstond, kwam heel Gorinchem naar zijn begrafenis. Hij werd begraven aan de noordzijde van de kerk, bij het Sint-Maria-Magdalena-altaar.

Het verhaal verspreidde zich al snel via kronieken en heiligenlevens, en in 1489 richtte de stad ter nagedachtenis een Sint-Barbara-altaar op in de Grote kerk, met een eigen broederschap die tot in de zeventiende eeuw is blijven bestaan.

Het wonder van de heilige Barbara te Gorinchem, toegeschreven aan Lucas van Leyden (1513-1517), Rijksmuseum Amsterdam
Het wonder van de heilige Barbara te Gorinchem — toegeschreven aan Lucas van Leyden, 1513-1517 (Rijksmuseum Amsterdam)