Verbonden over grenzen van leven en dood heen
November is de maand waarin we stilstaan bij hen die ons zijn voorgegaan. Op 1 november, Allerheiligen, vieren we alle mensen van wie wij geloven dat zij delen in het verrijzenisleven van Christus en Hem aanschouwen van aangezicht tot aangezicht. Op 2 november, Allerzielen, bidden we voor de overledenen die nog worden gelouterd op hun weg naar de volledige vereniging met God.
Zo vormen wij één gemeenschap in Christus: de heiligen in de hemel, de gelovigen die worden gelouterd en wij die nog als pelgrims op aarde leven. Eén Kerk, verbonden over de grenzen van leven en dood heen. Want niets kan ons scheiden van Gods liefde. Paulus schrijft daarover aan de christenen van Rome (Rom. 8:38-39):
“Noch de dood noch het leven, noch engelen noch boze geesten, noch wat is noch wat zijn zal, en geen macht in den hoge of in de diepte, noch enig wezen in het heelal ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, die is in Christus Jezus onze Heer.”
Dit betekent dat wij in liefde verbonden zijn met de Heer en met hen die ons zijn voorgegaan. De heiligen bidden voor ons, terwijl wij de overledenen in ons gebed gedenken.
Heel bijzonder laat Maria dit zien in haar leven en in haar voorspraak. Zij staat dicht bij haar Zoon en ook dicht bij ons als de moeder aan wie Christus ons heeft toevertrouwd onder het kruis: ‘Zie daar uw moeder’.
Maar deze verbondenheid betekent tevens iets wezenlijks voor ons, die hier op aarde leven. Wij mogen elkaar dragen, zoals we ook samenkomen in onze kerken om ons geloof te vieren, elkaar te bemoedigen en elkaar nabij te zijn. De Moeder van Barmhartigheid verwijst naar haar Zoon, die voor ons geleden heeft en ons uitnodigt tot medeleven. Op Allerzielen weten we ons met elkaar verbonden in ons verdriet en in onze hoop.
Een beeld dat spreekt
In Vianen staat sinds kort een prachtig beeld van de Kruisafname. Het is gebeeldhouwd door Omer Gielliet (1925-2017), een katholiek priester en beeldend kunstenaar uit Zeeuws-Vlaanderen. Hij werkte vooral met oude boomstammen, wrakhout, hout van sluisdeuren en oude spoorbielzen. Daarbij probeerde hij de 1natuurlijke vorm van het hout zoveel mogelijk te behouden, alsof het hout zelf iets wil vertellen.
Dat is ook wat dit beeld doet. We zien de gestorven Christus, met zijn rechterarm nog aan het kruis en de doornenkroon op zijn hoofd. Maria omarmt en ondersteunt het lichaam van haar Zoon. Het is een beeld van verdriet en machteloosheid, maar tegelijk van liefde die blijft.
We hebben het beeld een plaats gegeven bij het gedachtenisbord met de namen van onze overledenen. Juist daar krijgt het voor ons een diepe betekenis. De arm van Christus is omhoog gericht. Ook in zijn dood verwijst Hij naar zijn hemelse Vader. Hij herinnert ons aan zijn belofte dat Hij voor ons een plaats bereidt in het huis van de Vader.
Wanneer we naar Maria kijken, zien we haar verdriet om haar Zoon. Maar we mogen ook verder kijken. Het kruis is niet het einde. De dood heeft niet het laatste woord. Door het lijden en de dood heen opent Christus de weg naar de verrijzenis.
Moge de Kruisafname ons eraan herinneren dat wij, levenden en overledenen, verbonden blijven in Christus. In verdriet en gemis, in gebed en hoop, mogen wij elkaar dragen en vertrouwen op de belofte van de verrijzenis.
Pastoor Meijer